Peter werkt bij dorpscentrum De Gaffelaar in Zwartewaal; ‘Ik heb geleerd dat ik niet alleen ben.’

Mensen kennen hem als ‘Peet’ van De Gaffelaar. Maar hij heet eigenlijk Peter Looij.

De Gaffelaar is het dorpshuis van Zwartewaal en een centraal punt waar mensen al jaren terecht kunnen voor activiteiten en samenkomen met anderen. Een van de medewerkers daar is Peter. Geboren en getogen in ‘Blackpool’ zijn er maar weinig mensen die hem niet kennen. Toch heeft Peter vooral zichzelf, mede door zijn werkzaamheden in het dorp, steeds beter leren kennen. Het gesprek met Peter begint meteen goed, hij vertelt graag en veel. Peter is 65 jaar en voelt zich thuis in het dorp waar zijn oma het dorpscafé runde en hij zelf lange tijd cafetaria ‘de Zon’ bestierde. Na zijn dagen in de horeca werd hij medewerker in het dorpshuis als beheerder. Hij heeft drie kinderen, twee zoons en een dochter uit twee huwelijken. Sinds een jaar of twaalf is hij alleenstaand. 

Peter van Looij hoopt in 2021 iedereen weer te zien.

Ik ben hier geboren en getogen.

“Ik groeide samen met mijn broers op bij mijn moeder. Mijn ouders zijn gescheiden en mijn moeder was een harde werker maar ook een pittige vrouw. Zij begon met werken toen ze acht jaar was en heeft altijd haar best gedaan om te zorgen dat mijn broers en ik niets tekort kwamen. Ze liet zich niets vertellen. Dat is voor anderen niet altijd prettig geweest. Mijn broer, die ook nog in Zwartewaal woont, en ik zijn altijd voor haar blijven zorgen, we leerden met haar houding omgaan. Maar er ontstond ook wel snel onmin omdat ze heel vasthoudend kon zijn, ook als anderen het niet met haar eens waren.” 

Peter is een toegankelijke man, hij is de praatjes en grappenmaker. Een echte aanwezigheid en hij zet de toon voor het gesprek. Dat is zijn kracht maar ook zijn valkuil merkt hij op..

“Toen ik bij De Gaffelaar kwam dacht ik de meeste ervaring te hebben, ik wees wel eens ideeën van andere mensen af terwijl het best goede ideeën waren. Ik wilde het vooral goed regelen en dat gaf ik niet zomaar uit handen. Dat heb ik nog steeds wel een beetje maar dat is niet altijd goed geweest weet ik nu. Ik vond het belangrijk wat andere mensen vonden en nam de hele organisatie op me. Ik leerde gaandeweg dat ik daarmee mezelf maar ook zeker anderen tekort deed. Tegenwoordig probeer ik te letten op hoe ik communiceer. Ik vind wat anderen vinden nog steeds belangrijk maar vooral om te kijken hoe iets beter kan of misschien anders moet. Ik kan nu een stuk beter benoemen hoe ik iets bedoel te zeggen. Als ik kijk naar hoe ik zestien jaar geleden begon bij De Gaffelaar en naar hoe ik mezelf toen opstelde herken ik daarin niet de man die ik wil zijn. Het lukt me nu veel beter om anderen ook hun ruimte te geven en ben ontzettend blij met het team dat ook in het afgelopen jaar, dat voor iedereen moeilijk was, ontzettend trouw is gebleven. Niemand haakte af. Ik sta er niet meer alleen voor. Jeanette, Chantal, Cora, Pia, Daniëlle en andere losse krachten en het vrijwillige bestuur is er ook. We doen het echt met elkaar. ”

Zijn emoties zijn zichtbaar terwijl hij vertelt..

“Het is geen gemakkelijk jaar geweest of zeg maar gerust verschrikkelijk. Ik kwakkelde zelf vanaf maart met mijn gezondheid. Ik merkte dat ik stress klachten had en ook wel angst voelde voor het corona virus. Ik was ook eerder moe en er kwam minder uit mijn handen. Tegelijkertijd was het nodig om de maatregelen vanuit het rijk uit te voeren. Er was overleg met het bestuur en de gemeente Brielle over hoe we ermee om moesten gaan. Dan wil je alle risico’s in zicht hebben. Ik ben dan zo iemand die vijf keer bij een activiteit gaat kijken of het allemaal wel goed gaat. Dat hield ik niet vol. Of dat je mensen die je al jaren kent, en die nog geholpen hebben het dorpscentrum te realiseren niet meer goed kunt helpen bij een crematie of huwelijksfeest. We deden alles binnen de regels maar als je mensen moet teleurstellen blijft dat moeilijk. 

Er zijn wel mensen ziek geworden. Dat vond ik vreselijk. Het lag niet aan de maatregelen, We deden alles binnen de richtlijnen van het RIVM maar je voelt je toch verantwoordelijk. Ik heb daar echt over gepiekerd. De oudere doelgroep heb ik echt gemist. Vooral op de dinsdagmiddag. Ik maak me zorgen omdat zij dit jaar toch minder bij elkaar kunnen komen. Zien we ze allemaal weer terug? Dat hoop ik wel natuurlijk.”

Getroffen door Corona..

“Ik had al sinds maart klachten. Maar het was geen corona. Ik was gespannen, sneller moe. Ik maakte me zorgen over mijn gewicht en mijn hart, het virus, de mensen, de gaffelaar maar echt rust nemen deed ik niet. Ik kreeg in juni trombose aan mijn been erachteraan. Maar ik testte pas in oktober positief op corona. Ik dacht meteen aan Lesley, mijn jongste zoon. Hij is nog maar veertien. Ik ben wat later nog vader geworden. Ik wil niet dat hij zonder vader verder moet. Ik moest in quarantaine en ondanks alle lieve berichtjes bleef het zwaar om niemand om me heen te hebben. Ik ben een sociaal mens en ineens zit je binnen. En wat me nog altijd emotioneerd is dat ik mijn hand tegen het raam legde en Les aan de andere kant stond en dat we alleen op die manier even bij elkaar konden zijn. Zijn moeder, mijn ex- vrouw, bood ook haar hulp aan en dat was heel fijn. Pas na twintig dagen kon ik weer naar buiten. Maar ik ben heel bang geweest dat ik er niet meer voor Lesley zou kunnen zijn. Ik leg geld apart voor na mijn pensioen zodat ik zeker weet dat ik Lesley kan helpen als hij een opleiding gaat doen.” 

Pensioen in zicht..

“Ik heb geen grote plannen of reizen die ik wil maken na mijn pensioen. Ik lees graag, ik lees ook weleens de Happinez, ik ben wel een beetje boeddhistisch ingesteld maar ook sportief. Ik fietste zelf veel, dat is nu wel minder. Verder kijk ik ook graag naar fietsen op tv, de tour enzo, of Formule1 en voetbal of schaatsen. Het is nog niet zo ver maar er komt wel een nieuwe fase aan voor De Gaffelaar. Er wordt straks een nieuwe locatie gebouwd. De Gaffelaar verhuisd naar het nieuwe dorpshart. Tegen die tijd ga ik ook met pensioen. Ik blijf dan graag betrokken bij de verhuizing maar misschien is het een mooi moment om dan niet naar het nieuwe gebouw mee te gaan. Dat De Gaffelaar dan de nieuwe impuls krijgt van iemand die jonger is. Ik wil wel graag vrijwilligerswerk blijven doen. Het lijkt me leuk om weer actief te worden bij de voetbalvereniging, mijn vader heeft voetbalvereniging Zwartewaal mede opgericht. Verder richt ik me nog op mijn zoon. Ik vind het leuk met hem uitstapjes te maken. Een weekendje Disneyland of naar de voetbal.”

De afsluiting van het jaar..

“Eerste kerstdag is mijn relativeer dag. Dan denk ik terug aan dingen, heb ik een rustige dag en reflecteer ik over hoe alles is gegaan. Tweede kerstdag ga ik met Lesley naar mijn dochter. Ik hoop in het nieuwe jaar dat de mensen minder angstig zullen zijn en dat De Gaffelaar weer een echte huiskamer wordt. En dat alles dat het afgelopen jaar niet door kon gaan volgend jaar wel weer kan. Ik wil graag alle mensen weer zien, en een beetje aan mijn conditie te werken.”