Vervolg: Hoe herken je nep nieuws? Ethiek in de journalistiek, de persvrijheid waarborgen is niet zonder regels.

Media en journalistiek zijn een weerspiegeling van de maatschappij. Journalisten dragen een beroepsmatige verantwoordelijkheid de democratie niet te ondermijnen en zorg te dragen voor de inhoudelijke weergave die waar mogelijk aantoonbaar en controleerbaar is. Waar mogelijk, omdat bronbescherming een onderdeel kan zijn van een journalistiek onderzoek, die hen juist de vrijheid biedt een artikel vollediger te schrijven. Bronbescherming, waarbij de bron niet openbaar gemaakt wordt is soms nodig. Denk bijvoorbeeld aan een klokkenluider. Die aantoonbare juiste informatie verschaft, dat controleerbaar is, te onderbouwen en uiteindelijk te bewijzen. Maar de klokkenluider loopt een groot persoonlijk risico en wil beschermd en afgeschermd zijn. De onderzoeksjournalist onderzoekt het verhaal van de bron en schrijft daar zijn bevindingen over. Het is belangrijk dat een journalist zijn bron mag blijven beschermen. Anderzijds is er de WOB ( Wet Openbaarheid van Bestuur ) een hulpmiddel voor de journalist om informatie van de Nederlandse overheid openbaar te kunnen maken. Het is echter niet de bedoeling dat de journalist daar een eigen interpretatie aan geeft die feitelijke onjuistheden bevat. Zo heeft de journalist in zijn werkwijze diverse hulpmiddelen ter beschikking om een verhaal integer weer te geven. Ook een ethische code, vergelijkbaar met een eed die andere beroepsgroepen afleggen, hoort daarbij.

Bij het lezen van een nieuwsbericht kan de lezer zelf meekijken of het artikel zich aan de richtlijnen van deze code houdt. En dat helpt de lezer om nep nieuws te herkennen. Een bronvermelding alleen is niet genoeg, de tekst zelf is ook controleerbaar. Niet om de persvrijheid in te perken maar juist om die vrijheid te waarborgen met in acht neming van de rechten van de mens en deze niet te schenden. De mainstream media, de alternatieve media, de vrije journalisten, of een klein online nieuws kanaal, horen zich bewust te zijn van woordkeuze en weergave, bronvermelding en een mate van transparantie en indien nodig een rectificatie plaatsen van onjuistheden. Wat er gezegd of geschreven wordt mag geen bron zijn van insinuaties waardoor de lezer moeilijk wordt gemaakt onderscheid te maken in een artikel in wat een feit of een mening is.

Door de Code van Bordeaux is het toepassen van ‘hoor en wederhoor’ verplicht voor journalisten. Om zo objectief mogelijk te werk te gaan moet een journalist altijd minstens twee onafhankelijke bronnen raadplegen. Andere regels in de Code van Bordeaux gaan bijvoorbeeld over het voorkomen van het publiceren van verkeerde, onnauwkeurige of eenzijdige informatie en het voorkomen van discriminatie.

Wereldwijd werken journalisten met de code van Bordeaux. Een soort handleiding voor journalisten. Deze werd in 1954 tijdens een congres van The International Federation of Journalists ( IFJ ) opgesteld in Bordeaux. De IFJ actief sinds 1926 is vandaag de dag nog steeds een grote wereldwijde vakorganisatie die zich onder andere bezighoudt met persvrijheid en bescherming. Deze overkoepelende organisatie is transparant en geeft inzicht in hun organisatiestructuur en gegevens.

De Nederlandse vereniging van journalisten (NVJ ) ondersteunt het IFJ en de code van Bordeaux.

Herkent u een betrouwbaar nieuwsbericht als u mee kijkt met de code?

Code van Bordeaux:

Deze internationale verklaring is wereldkundig gemaakt als een standaard van beroepsgedrag door journalisten in hun werkzaamheid van bijeenbrengen, verzenden, verspreiden en commentariëren van nieuws en inlichtingen en in het beschrijven van gebeurtenissen.

  • Eerbied voor waarheid en voor het recht van het publiek op waarheid is de eerste plicht van de journalist
  • Bij het nakomen van deze plicht zal de journalist opkomen voor de volgende twee beginselen: vrijheid in verantwoord bijeenbrengen en publiceren van nieuws, en het recht van faire** commentaar en kritiek.
  • De journalist doet zijn berichtgeving alleen berusten op feiten waarvan hij de bron kent. Hij zal wezenlijke informatie niet achterwege laten en geen documenten vervalsen.
  • Bij het verkrijgen van nieuws, foto’s en documenten zal hij op faire** wijze te werk gaan.
  • Hij zal bereid zijn elke verstrekte informatie die schadelijk onnauwkeurig blijkt, op royale wijze recht te zetten.
  • Hij zal het beroepsgeheim in acht nemen ten aanzien van de bron van in vertrouwen verkregen informatie.
  • De journalist zal zich bewust zijn van het gevaar van door media verspreide discriminatie, en zal al het mogelijk doen om discriminatie te voorkomen, gebaseerd op, o.a., ras, sex, sexuele geaardheid, taal, godsdienst, politieke of andere meningen en nationale of sociale afkomst.
  • Hij zal als ernstige journalistieke vergrijpen beschouwen: plagiaat, laster, smaad, belediging en ongegronde beschuldigingen; het aanvaarden van steekpenningen, in welke vorm ook, tot het verrichten of het achterwege laten van enige publicatie.
  • Iedere journalist die deze aanduiding waardig is, beschouwt het als zijn plicht bovenstaande beginselen oprecht in acht te nemen. Met inachtneming van de algemene wetgeving van zijn land zal hij in beroepszaken slechts de rechtspleging van zijn vakgenoten erkennen; hij verwerpt elke tussenkomst van overheidspersonen of anderen.

** Fair use: Auteursrechtelijke wettelijke bepaling, Nederlands citaatrecht.

Toelichting begrip faire / Fair use:

“Als een deel van een tekst, een afbeelding of ander werk onder het citaatrecht valt, dan is voor publicatie ervan geen toestemming van de auteursrechthebbende nodig. In Nederland is het volgens het citaatrecht toegestaan om een deel van andermans werk over te nemen in een aankondiging, beoordeling, bespreking, kritiek of wetenschappelijke verhandeling. De belangrijkste vraag is: wordt de geciteerde tekst of de afbeelding daadwerkelijk gebruikt als citaat? In het algemeen wordt in de jurisprudentie gebruik als ‘verduidelijking’ toegestaan. Zo mag een typerende foto getoond worden bij een aankondiging van een fototentoonstelling (aankondiging), kan iemand een stukje van een nieuwe cd laten horen in een radioprogramma waarin die cd besproken wordt (beoordeling), kan een politicus die het programma van zijn opponent bekritiseert stukken uit diens partijprogramma citeren (polemiek), en kan een literatuurwetenschapper stukken van gedichten opnemen in een studie over de invloed van een beroemde dichter op zijn tijdgenoten (wetenschappelijke verhandeling). In al deze gevallen verduidelijkt het gebruikte ‘citaat’ waarover wordt gesproken in de hoofdtekst van de publicatie. Grote stukken tekst mogen niet overgenomen worden als ‘citaat’. De citaten moeten echt dienen om een mening of nieuwsbericht te verduidelijken. Ook afbeeldingen of stukken tekst die weinig tot niets verduidelijken, maar waarvan mag worden aangenomen dat ze slechts bedoeld zijn om de publicatie ‘interessanter’ of visueel aantrekkelijker te maken, vallen niet onder het citaatrecht. Als een citaat gebruikt wordt, moet altijd de bron en de maker van het werk vermeld worden. Er mag niet meer dan strikt nodig is voor het doel worden geciteerd. Het citaat moet zo getrouw mogelijk (bij voorkeur zelfs letterlijk) zijn. In artikel 15a van de Auteurswet staat nog dat artikel 25 van dezelfde wet in acht moet worden genomen. Dit artikel 25 geeft een auteursrechthebbende de mogelijkheid zich te verzetten tegen gebruik van zijn werk. Dit recht van de auteursrechthebbende blijft dus ook bij het citaatrecht bestaan. ( bron: Wikipedia )”

Aanvullende bronnen:

https://wetten.overheid.nl/BWBR0001886/2009-01-01#HoofdstukI_6_Artikel15a

https://wetten.overheid.nl/BWBR0028264/2010-10-10#HoofdstukI_6_Artikel16